Het massale, industrieel houden van dieren is niet alleen een vreselijke ramp voor dieren, maar heeft ook invloed op onze natuur, leefomgeving en inherent daaraan onze gezondheid. Iets wat veel mensen zich niet realiseren. Voedselzekerheid is niet het massaal verbouwen van voedsel voor de dieren in de vee-industrie die onder vreselijke omstandigheden een kort miserabel ‘leven’ leiden alvorens op grote schaal geslacht worden.
Het woord ‘vegan’ roept bij veel mensen weerstand op, maar waarom eigenlijk? Speciësisme is wat we veel zien. Waarom knuffel je het ene dier en eet je de ander op?
Vier jaar geleden ben ik actief geworden voor de Partij voor de Dieren en kwam daardoor in contact met mensen die veganistisch waren geworden. Ik was al decennia vegetariër, maar mij niet verdiept in het veganisme. Achteraf denk ik: ‘Waarom ben ik mij er niet eerder in gaan verdiepen?’
Sinds ik volledig plantaardig eet ben ik fitter en minder vermoeid dan toen ik nog vegetariër was. Als vegan krijg ik vaak de vraag ‘maar wat eet je dan’, ‘zonder dierlijke producten kan ik niet leven’ of ‘ik eet alleen wat ik lekker vind’ (!).
Ik neem het mensen niet kwalijk als ze zo reageren. Het is veel onwetendheid en mijn ervaring is dat de meeste mensen nieuwsgierig zijn en openstaan voor mijn beweegreden om vegan te zijn. Mensen stellen vragen en ik kan op die manier op kleine schaal bijdragen aan meer bewustwording bij mensen. Dat geeft mij hoop en energie.
Ook al staan mensen niet gelijk open voor veganisme of om meer plantaardig te gaan eten, er is wel een zaadje geplant en ik zie steeds meer om me heen dat die zaadjes die ik eerder gepland heb aan het ontkiemen zijn.
‘Het boek van hoop’ van Jane Goodall heeft mij enorm geholpen om hoop te houden en dat alle positieve bewegingen helpen ook al zie je niet gelijk het resultaat wat je zou willen. Haar quote ‘The least I can do is speak out for those who cannot speak for themselves’ zegt alles waarom ik actief ben in het bijdragen aan een plantaardige wereld.”